• +31 (0)79 323 9558
  • Bredewater 6, 2715CA Zoetermeer

Zijn de kosten van een ‘no cure no pay’ afspraak verhaalbaar?

Zijn de kosten van een ‘no cure no pay’ afspraak verhaalbaar?

Logo Hoge raad der Nederlanden

Op 26 september 2014 heeft de Hoge Raad een belangrijke uitspraak gedaan over de vraag of kosten ingevolge een ‘no cure no pay’ afspraak verhaalbaar zijn op de aansprakelijke partij.

Bij een ‘no cure no pay’ afspraak hoef je niet te betalen als de zaak verloren wordt. Als de zaak wordt gewonnen dan betaal je een percentage van de opbrengst. Bij veel letselschade-kantoren is dit 15% (excl. BTW, dus 18,15% incl. BTW) van de toegekende schadevergoeding. Van elke € 1.000,- schadevergoeding is er dan maar € 818,50 voor de eiser over en dus € 181,50 voor de rechtsbijstandverlener. Dat laatste bedrag is dus alsnog te verhalen op de aansprakelijke partij (in dit geval het ziekenhuis).

De uitspraak is te vinden via rechtspraak.nl:
http://uitspraken.rechtspraak.nl/

Het ging in deze zaak om het volgende. De echtgenote van eiser is overleden na een bevalling. Dit als gevolg van een bloeding die door het ziekenhuis niet was opgemerkt. Het ziekenhuis werd aansprakelijk gesteld.

Eiser heeft met zijn belangenbehartiger een schaderegelingovereenkomst op basis van ‘no cure no pay’ gesloten. Daarbij is ondermeer afgesproken dat het verschuldigde honorarium 15% zal bedragen van het te verhalen schadebedrag. Anderhalf jaar na de aansprakelijkstelling van het ziekenhuis wordt aansprakelijkheid erkend. Ruim twee jaar later is overeenstemming bereikt over de schadevergoeding. Eiser heeft, zoals overeengekomen, aan zijn belangenbehartiger 15% van de schadevergoeding betaald. Het ziekenhuis wilde deze kosten niet volledig vergoeden.

De Hoge Raad geeft aan dat het oordeel dat het bepaalde in art. 6:96 lid 2 BW (in algemene zin) geen grondslag kan bieden voor een kostenberekening op basis van een ‘no cure no pay’ afspraak blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting.

Uit dit oordeel van de Hoge Raad volgt dat ook buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand die voortvloeien uit een ‘no cure no pay’ afspraak, voor volledige vergoeding in aanmerking kunnen komen. Wel blijft de zogenaamde dubbele redelijkheidstoetsing van art. 6:96 BW van toepassing. Per concreet geval zal daarom beoordeeld moeten worden of het maken van kosten en de omvang van die kosten, gelet op de omstandigheden van het geval, redelijk zijn geweest.

Wat vindt mr Van Dijk?

Het oordeel van de Hoge Raad is voor de letselschadepraktijk van belang omdat een aanzienlijk aantal rechtsbijstandverleners op basis van ‘no cure no pay’ rechtsbijstand aan letselslachtoffers verleent. Uit de uitspraak volgt dat de hieraan verbonden kosten in principe verhaalbaar zijn op de aansprakelijke partij. Dus het honorarium van € 181,50, zoals in het rekenvoorbeeld, moet door de aansprakelijke partij worden vergoed. De aan een ‘no cure no pay’ afspraak verbonden kosten zullen in de toekomst waarschijnlijk vaker (volledig) verhaald kunnen worden.

Als de rechtsbijstandverlener de aan de ‘no cure no pay’ afspraak verbonden kosten volledig kan verhalen krijgt het slachtoffer dus alsnog zijn volledige schade vergoed.

NOTE: Het is advocaten overigens in principe verboden om op basis van een ‘no cure no pay’ overeenkomst te werken. Letselschadeadvocaten mogen daarentegen vanaf begin dit jaar op grond van een experiment voor vijf jaar wel op basis van ‘no cure no pay’ afspraak werken.